Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4608.

Heeft de beëindiging geen of slechts een onbetekenende inkomensdaling ten gevolge, dan zal de rechter in beginsel zonder meer, en met name zonder in zijn motivering de verdere omstandigheden van het geval te hoeven betrekken, mogen aannemen dat het beroep op de uitzondering faalt. (Een dergelijk geval zal zich met name voordoen indien de tot alimentatie gerechtigde aanspraak zal kunnen maken op een bijstandsuitkering die even hoog of hoger is dan de alimentatie.) De verdere omstandigheden van het geval kunnen echter, aldus Uw Raad, zo zwaarwegende billijkheidsargumenten tegen afwijzing van het beroep op de uitzondering opleveren dat de rechter daaraan in zijn motivering niet voorbij kàn gaan en moet laten uitkomen dat en hoe hij die verdere omstandigheden in zijn afweging heeft betrokken. Zie hierover Wortmann in haar hiervoor genoemde noot.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7eab2587f47a6b90f67d7942f9c9f420a1be96e077fd2875deef1d341ccea057. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7eab2587f47a6b90f67d7942f9c9f420a1be96e077fd2875deef1d341ccea057, en de alinea staat in dat document op bytes 14337 tot 15206.