Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000
Alinea 232 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4618.
"De klachten van onderdeel 2 komen neer op het verwijt aan het Hof dat het de inzet van de staking en de houding en de belangen van de partijen bij het daaraan ten grondslag liggende conflict niet - nader - heeft beoordeeld. Deze klachten berusten op een onjuiste rechtsopvatting. Bij zijn in 4.3 bedoelde afweging - die pas aan de orde komt indien vaststaat dat de desbetreffende staking in beginsel wordt gedekt door het in art. 6, onder 4, ESH erkende grondrecht - moet de rechter in beginsel ervan uitgaan dat de voor de betrokken vakbond en haar leden bij de uitoefening van dat grondrecht betrokken belangen zwaarwegend zijn. De rechter heeft immers in beginsel niet te treden in de merites van de wederzijdse, ter zake van de aan de staking ten grondslag liggende belangengeschillen ingenomen standpunten. Onder bijzondere omstandigheden kan zulks anders zijn, maar zulke omstandigheden zijn in dit geding niet gesteld of gebleken en worden in elk geval in het onderdeel niet aangegeven" (onderstrepingen van mij).(64)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f644e8e79d53cac76a31ded6621f2537a139145064d260212c9e2d15a896b304. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f644e8e79d53cac76a31ded6621f2537a139145064d260212c9e2d15a896b304, en de alinea staat in dat document op bytes 74126 tot 75164.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f644e8e79d53cac76a31ded6621f2537a139145064d260212c9e2d15a896b304 | shasum -a 256