Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4719.
2.12 Toegespitst op gevallen als de onderhavige brengt de oude rechtspraak het volgende mee. Een vader van drie jonge kinderen, die geen opleiding heeft genoten en daarom weinig kansen heeft op een glanzende carrière wordt op jeugdige leeftijd door een auto-ongeval gedood. De vader reed in een zeer oude auto, die total loss raakt. Ten laste van de schamele gezinsinkomsten had de vader een verzekering gesloten die voorziet in een uitkering ingeval van overlijden. Door de maandelijkse premies heeft het gezin zich vrijwel iedere luxe moeten ontzeggen. De uitkering is zodanig dat deze groter is dan de, op de behoefte van de nabestaanden geënte, inkomensschade. Dat behoeft niet te verbazen, gezien het lage inkomen en de weinig riante vooruitzichten. Bijgevolg zullen de nabestaanden het moeten stellen met een vergoeding ter zake van de beschadigde auto, zeg ƒ 100 (en niet te vergeten de begrafeniskosten13). Is dat redelijk? En: valt het aan benadeelden uit te leggen?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e481a7e71b042db6ba94d7f55b98f3ab550b614a8482507961ba51d490ab278. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e481a7e71b042db6ba94d7f55b98f3ab550b614a8482507961ba51d490ab278, en de alinea staat in dat document op bytes 18636 tot 19627.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e481a7e71b042db6ba94d7f55b98f3ab550b614a8482507961ba51d490ab278 | shasum -a 256