Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4721.

7. Middelonderdeel 2 (in het cassatierekest aangeduid als grief 11) klaagt dat de Rechtbank miskent dat niet-ontvankelijkverklaring achterwege dient te blijven indien "redelijkerwijze niet kan worden beoordeeld dat de indiener in verzuim is". Betoogd wordt dat een redelijke wetsuitleg - mede in aanmerking genomen dat in zaken als de onderhavige de datum waarop uitspraak wordt gedaan door de Kantonrechter niet ter zitting wordt medegedeeld en dat de uitspraak niet in het openbaar wordt uitgesproken - meebrengt dat de beroepstermijn een aanvang neemt na de verzending van de beschikking en niet na dagtekening van de beschikking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2673135f418cba15bf83602fa5a3296c5a9fc68145b1a3cf2b01b542ac28cbe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2673135f418cba15bf83602fa5a3296c5a9fc68145b1a3cf2b01b542ac28cbe0, en de alinea staat in dat document op bytes 10870 tot 11516.