Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4732.
2.2. Anders dan men wellicht zou verwachten, heeft Kinheim na dit verweer, resp: in hoger beroep na dit oordeel van de rechtbank, niet aangevoerd dat het uiterste tijdstip voor nakoming in de overeenkomst zelf was vastgesteld (art. 6:83 onder a BW) of door middel van een ingebrekestelling was gepreciseerd6. In plaats daarvan heeft Kinheim volhard in haar standpunt dat een ingebrekestelling niet nodig was: (a) omdat nakoming blijvend onmogelijk is (art. 6:74 lid 2 jo. 6:81 BW; grief 1); (b) omdat een ingebrekestelling zinloos zou zijn geweest en daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag worden gevergd: Kinheim had inmiddels alle vertrouwen in Pelders verloren (grief 2); (c) omdat een aansprakelijkstelling voldoende is in het zich hier voordoende geval dat Pelders niet op korte termijn in staat zal zijn de klachten te verhelpen en dus sprake is van tijdelijke onmogelijkheid (art. 6:82 lid 2 BW; grief 3); (d) omdat voor gevolg- of bijkomende schade hoe dan ook geen ingebrekestelling is vereist (grief 6). Het hof heeft zich dan ook beperkt tot de beantwoording van deze vragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679, en de alinea staat in dat document op bytes 14383 tot 15509.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679 | shasum -a 256