Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4732.

2.6. In onderdeel 1 van het middel wordt betoogd dat onbegrijpelijk is waarom het hof van oordeel is dat het enkele onbeantwoord laten van de brief van 9 mei 1990 (die op het punt van de garantie afweek van hetgeen in een eerder stadium was overeengekomen) de gevolgtrekking rechtvaardigt dat Kinheim met de inhoud van de brief van 9 mei 1990 zou hebben ingestemd. Bovendien zou Kinheim via haar brief van 29 mei 1990, waarin weer naar een eerdere brief wordt verwezen, wel degelijk op de brief van 9 mei 1990 hebben geantwoord.7

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679, en de alinea staat in dat document op bytes 19005 tot 19547.