Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4732.
2.10. De noodzaak van verzuim voor de toewijsbaarheid van de vordering tot schadevergoeding is in alinea 2.1 reeds besproken. De discussie in appèl ging over de vraag of Pelders al dan niet in verzuim was. Om het klassieke voorbeeld van de trouwjurk te hanteren: wanneer is afgesproken dat het modehuis uiterlijk 3 dagen vóór de bruiloft een passende jurk zal afleveren en het modehuis biedt 10 dagen vóór de bruiloft een jurk aan die niet past, is het modehuis nog niet in verzuim door de aanbieding van deze ondeugdelijke prestatie. Het modehuis heeft dan nog 7 dagen respijt om haar contractuele verplichting alsnog deugdelijk na te komen. Zo ook hier: door de aanbieding van niet-passende extruderonderdelen geraakte Pelders nog niet in verzuim. Bepalend voor de ingang van het verzuim is wat dienaangaande is overeengekomen en bij gebreke van een overeengekomen termijn: de termijn die door middel van een ingebrekestelling wordt bepaald. Het aangeboden bewijs van de ondeugdelijkheid van de aangeboden prestatie was niet ter zake dienende voor het vraagstuk van wel/niet in verzuim zijn. Het subonderdeel kan om deze reden niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679, en de alinea staat in dat document op bytes 22409 tot 23582.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679 | shasum -a 256