Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4732.

In cassatie stelt Kinheim dat dit oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting: de in art. 6:82 lid 2 BW bedoelde tijdelijke onmogelijkheid behoeft niet gelegen te zijn in een oorzaak van buitenaf, maar kan ook gelegen zijn in omstandigheden welke zijn toe te rekenen aan de schuldenaar of diens organisatie (subonderdeel 4.1.1). Volgens Kinheim heeft het hof bovendien een te strenge eis gesteld: het hoeft niet “voor beide partijen evident” te zijn dat een ingebrekestelling zinloos is. Het gaat er slechts om of, objectief beschouwd, het zinloos is door middel van een ingebrekestelling een termijn voor nakoming te stellen (subonderdeel 4.1.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679, en de alinea staat in dat document op bytes 25378 tot 26047.