Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4732.
2.22. Ingevolge art. 6:52 BW is een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten tot voldoening van zijn vordering plaatsvindt, indien tussen vordering en verbintenis voldoende samenhang bestaat om deze opschorting te rechtvaardigen. Art. 6:262 BW bepaalt dat, indien een der partijen haar verbintenis niet nakomt, de wederpartij bevoegd is de nakoming van haar daartegenover staande verplichtingen op te schorten. Bij MvG sub 43 heeft Kinheim bovendien erop gewezen dat zij, los van het debat over de noodzaak van een ingebrekestelling, in elk geval gevolgschade heeft geleden. Een beroep van Kinheim op een opschortingsrecht was in beginsel mogelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679, en de alinea staat in dat document op bytes 36577 tot 37319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e9903fb1985d8cc94889ac3cbdbee429f4ab2ab737ee7906b797ac7162679 | shasum -a 256