Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4745.

2.8. Belanghebbende heeft cassatie ingesteld. Zij heeft twee cassatiemiddelen voorgedragen. Het eerste middel houdt de klacht in dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft beslist dat belanghebbende haar afgewaardeerde vordering op B BV heeft prijsgegeven, in de zin van art. 13b, lid 4, Wet Vpb 1969. Het tweede middel klaagt erover dat het Hof zonder begrijpelijke motivering voorbij is gegaan aan belanghebbendes stelling dat de vordering op B BV van het begin af informeel kapitaal representeerde, in welk geval van het prijsgeven van een vordering als bedoeld in art. 13b, lid 4, geen sprake kan zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e955cb01b7d9c5086f7ba4563718ff3cbf8abbd73288db9a6504b23c872b7e92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e955cb01b7d9c5086f7ba4563718ff3cbf8abbd73288db9a6504b23c872b7e92, en de alinea staat in dat document op bytes 9226 tot 9876.