Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4745.
3.2. Voor informatie over de ontstaansgeschiedenis van art. 13b Wet Vpb 1969 verwijs ik naar de bijlage bij deze conclusie. Daaruit blijkt vooreerst dat genoemde bepaling niet gericht is tegen waardedalingen van vorderingen die terug te voeren zijn op informele kapitaalstortingen in een lichaam waarin de belastingplichtige een deelneming heeft. Dergelijke waardedalingen zijn niet aftrekbaar van in Nederland belastbare winst. Art. 13b is gericht tegen het voortijdig definitief maken van een fiscaal aftrekbare afwaardering van een vordering. Dit brengt mee dat art. 13b in het onderhavige geval in beginsel geen toepassing kan vinden indien belanghebbende gelijk zou hebben met haar stelling dat de geldverstrekking aan B BV van de aanvang af als een informele kapitaalinbreng had te gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e955cb01b7d9c5086f7ba4563718ff3cbf8abbd73288db9a6504b23c872b7e92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e955cb01b7d9c5086f7ba4563718ff3cbf8abbd73288db9a6504b23c872b7e92, en de alinea staat in dat document op bytes 10789 tot 11597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e955cb01b7d9c5086f7ba4563718ff3cbf8abbd73288db9a6504b23c872b7e92 | shasum -a 256