Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4745.
3.8. Voor het Hof heeft belanghebbende betoogd dat zij inderdaad in 1994 voor een bedrag van f 499.999 informeel kapitaal in B BV heeft gestort, maar dat desondanks de vordering op de dochtervennootschap civielrechtelijk in stand is gebleven. Zij maakt derhalve een onderscheid tussen de informele kapitaalstorting enerzijds en het (civielrechtelijk) prijsgeven van de vordering anderzijds. In het tweede cassatiemiddel herhaalt zij deze stellingname.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e955cb01b7d9c5086f7ba4563718ff3cbf8abbd73288db9a6504b23c872b7e92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e955cb01b7d9c5086f7ba4563718ff3cbf8abbd73288db9a6504b23c872b7e92, en de alinea staat in dat document op bytes 19568 tot 20032.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e955cb01b7d9c5086f7ba4563718ff3cbf8abbd73288db9a6504b23c872b7e92 | shasum -a 256