Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000
Alinea 105 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4749.
8 Op 1 september 1999 is in werking getreden de Wet van 29 oktober 1998, Stb 621, houdende aanpassing van het fiscale procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere wetten (herziening van het fiscale procesrecht). Hoofdstuk 8 Awb is nu van overeenkomstige toepassing op de fiscale procedure. Ingevolge art. 8 : 61, lid 3, Awb dient de griffier van het gerechtshof van het verhandelde ter zitting proces-verbaal op te maken, in ieder geval indien beroep in cassatie wordt ingesteld. Art. 8 : 61, lid 7, Awb bepaalt vervolgens dat ter zitting overgelegde pleitnotities aan het proces-verbaal van de zitting kunnen worden gehecht. Blijft aanhechting echter achterwege, terwijl de pleitnota's evenmin in de uitspraak worden geïnsereerd, dan blijft de vraag bestaan of de pleitnota's tot de gedingstukken gerekend kunnen worden en de Hoge Raad daarvan kennis kan nemen. De leer van HR 3 februari 1984, NJ 1984, 765, zou ook dan nog uitkomst kunnen bieden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd36f798222af4fe98349c6e6d6cf36b838fbddbf1171adfab866eaa82433837. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd36f798222af4fe98349c6e6d6cf36b838fbddbf1171adfab866eaa82433837, en de alinea staat in dat document op bytes 33750 tot 34762.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd36f798222af4fe98349c6e6d6cf36b838fbddbf1171adfab866eaa82433837 | shasum -a 256