Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4749.
De brieven zijn bewijsmiddelen die door een der partijen - de Inspecteur - in het geding zijn gebracht. Volgens vaste jurisprudentie is in de fiscale procedure de feitenrechter in beginsel vrij in de keuze van de bewijsmiddelen.11 Nu is die vrijheid naar het mij voorkomt niet onbegrensd. Een behoorlijk verloop van een procedure zou bijvoorbeeld kunnen vereisen dat de rechter een procespartij welke zich beroept op een in een vreemde taal gesteld bewijsmiddel opdraagt een vertaling daarvan te produceren. Zulks kan in het bijzonder geboden zijn ingeval de wederpartij aanvoert dat hij de betreffende taal niet beheerst. Een analogie met het bepaalde in art. 6 : 5, lid 3, Awb.12 - dat is geschreven voor bezwaar- en beroepschriften - ligt hier voor de hand.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd36f798222af4fe98349c6e6d6cf36b838fbddbf1171adfab866eaa82433837. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd36f798222af4fe98349c6e6d6cf36b838fbddbf1171adfab866eaa82433837, en de alinea staat in dat document op bytes 21339 tot 22113.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd36f798222af4fe98349c6e6d6cf36b838fbddbf1171adfab866eaa82433837 | shasum -a 256