Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4749.

5.5. De bijlage bij deze conclusie bevat informatie over art. 13b Wet Vpb 1969, in het bijzonder over de ontstaansgeschiedenis daarvan. Daaruit blijkt dat art. 13b ertoe strekt te voorkomen dat een belastingplichtige en eventuele met hem verbonden lichamen een verlies wegens de afwaardering van een vordering op een deelneming tot een definitieve aftrekpost ten laste van in Nederland belastbare winst maken, terwijl daar in feite geen reden voor is. De wetgever heeft willen tegengaan dat een toekomstige opwaardering van de betreffende vordering - die zou moeten plaatsvinden indien de vordering ongewijzigd in stand zou blijven en de financiële gang van zaken bij de deelneming weer zou verbeteren - wordt geconverteerd in van vennootschapsbelasting vrijgestelde voordelen uit hoofde van een deelneming als bedoeld in art. 13, lid 1, Wet Vpb 1969, of in voordelen die niet gerekend kunnen worden tot in Nederland belastbare winst, met name omdat deze opkomen aan een niet in Nederland gevestigd lichaam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd36f798222af4fe98349c6e6d6cf36b838fbddbf1171adfab866eaa82433837. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd36f798222af4fe98349c6e6d6cf36b838fbddbf1171adfab866eaa82433837, en de alinea staat in dat document op bytes 23829 tot 24850.