Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4749.
De hier bedoelde beslissing van het Hof berust op de enkele motivering dat de "kwijtschelding" van de vorderingen van belanghebbende op C SA niet onherroepelijk was. Deze motivering acht ik ontoereikend. Sinds HR 27 januari 1988, BNB 1988/217, weten we dat het ten titel van lening verstrekken van gelden aan een dochtervennootschap in fiscaalrechtelijke zin een kapitaalstorting kan vormen, ook al ontstaat civielrechtelijk een gaaf vorderingsrecht. Evenzo kan het wijzigen door een aandeelhouder van de voorwaarden van een reeds bestaande geldlening en het omzetten door een aandeelhouder van de ene lening in de andere dat gevolg hebben.13 Maar dan moet logischerwijs het prijsgeven van het vorderingsrecht uit hoofde van een lening, zelfs indien dit voorwaardelijk plaatsvindt, a fortiori een kapitaalstorting kunnen zijn.14
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd36f798222af4fe98349c6e6d6cf36b838fbddbf1171adfab866eaa82433837. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd36f798222af4fe98349c6e6d6cf36b838fbddbf1171adfab866eaa82433837, en de alinea staat in dat document op bytes 31200 tot 32043.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd36f798222af4fe98349c6e6d6cf36b838fbddbf1171adfab866eaa82433837 | shasum -a 256