Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4767.

2.5 Van een slechts ogenschijnlijke uitbreiding van het gezag van gewijsde is naar mijn mening sprake in een aantal gevallen waarin de rechtspraak heeft aangenomen dat er tussen een procespartij en een derde een zodanige rechtsverhouding bestaat, dat ook die derde aan het tussen partijen gewezen vonnis is gebonden. Daarbij kan worden gedacht aan de minderjarige voor wie diens wettelijk vertegenwoordiger als formele procespartij optreedt of aan een enig aandeelhouder/ beleidsbepaler van een rechtspersoon.11 Een ander voorbeeld is dat deelgenoten in een gemeenschap ingevolge art. 3:171 BW worden gebonden door een rechterlijke uitspraak die is gedaan in een door een van de deelgenoten ingestelde procedure, ook voorzover zij niet als formele procespartij aan het geding hebben deelgenomen.12

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5102cb8e0f4e2f869151a5d7f0d820c98146eee928c9577bfcb545bb07f6efd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5102cb8e0f4e2f869151a5d7f0d820c98146eee928c9577bfcb545bb07f6efd4, en de alinea staat in dat document op bytes 14994 tot 15805.