Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4781.

5) Onderdeel 1a klaagt over onbegrijpelijkheid van de overwegingen waarmee het hof grief II heeft verworpen. Ik meen dat deze klacht gegrond is. In r.o. 3 overweegt het hof dat er geen strijd is tussen de beslissing in het eerste tussenvonnis (inhoudende dat de verkoper alleen dan geen beroep op het exoneratiebeding heeft indien hij het gebrek bewust heeft verzwegen) en die in het tweede tussenvonnis, omdat die laatste beslissing alleen zou inhouden dat op de verkoper een mededelingsplicht rust indien hij het gebrek had behoren te kennen. Maar dat neemt niet weg dat de rechtbank in het tweede tussenvonnis met zoveel woorden beslist dat de verkoper in het veronderstelde geval geen beroep zou toekomen op het beding (r.o. 6), terwijl het hof dat kennelijk zelf ook in dat vonnis leest (r.o. 9 en 10 naar aanleiding van grief III). Trouwens, indien op de verkoper werkelijk een mededelingsplicht zou rusten, is moeilijk denkbaar dat hij nog een beroep op het exoneratiebeding zou kunnen doen; het hof beslist dan ook dat dat niet het geval is (r.o. 9 en 10). Maar in de optiek van het eerste tussenvonnis is de kous af indien wetenschap ontbreekt, zodat de mededelingsplicht gebaseerd op behoren te weten niet meer aan de orde kan komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa0ef347155faf59fa604842b75fb22c3cf5891715f2cb7bdce25bd23b52a8d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa0ef347155faf59fa604842b75fb22c3cf5891715f2cb7bdce25bd23b52a8d5, en de alinea staat in dat document op bytes 15146 tot 16403.