Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4781.
Deze klachten acht ik gegrond. Inderdaad levert het enkele voeren van overleg naar mijn mening geen rechtshandeling op.4 Zodanig overleg treft dus ook niet in de zin van art. 3:66 in zijn gevolgen de opdrachtgever van een der deelnemers. Het hof is derhalve bij de beoordeling van de vraag of de verkoper zich op zijn exoneratiebeding kan beroepen, van een onjuiste premisse uitgegaan. Het hof had de vraag moeten beantwoorden of, en zo ja op grond van welke omstandigheden, de wetenschap van de aannemer aan de verkoper moest worden toegerekend, in dier voege dat een beroep van de verkoper op zijn exoneratieclausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa0ef347155faf59fa604842b75fb22c3cf5891715f2cb7bdce25bd23b52a8d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa0ef347155faf59fa604842b75fb22c3cf5891715f2cb7bdce25bd23b52a8d5, en de alinea staat in dat document op bytes 19110 tot 19810.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa0ef347155faf59fa604842b75fb22c3cf5891715f2cb7bdce25bd23b52a8d5 | shasum -a 256