Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4782.

16. Hoewel naar algemene opvatting de reikwijdte van de verjaringsregeling van het eerste lid van art. 32 in beginsel ruim moet worden genomen, en ook vorderingen omvat die niet berusten op de materiële bepalingen van het verdrag, kan niet iedere vordering die in enig verband kan worden gebracht met het vervoer of de daarbij betrokken partijen onder art. 32 begrepen worden geacht. Uit de zojuist genoemde vindplaatsen blijkt dat in literatuur en rechtspraak een relevant verband met aan het Verdrag onderworpen vervoer verlangd wordt. Of er sprake is van een relevant verband, is een vraag die in abstracto niet goed is te beantwoorden. Veel zal afhangen van de omstandigheden van het concrete geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36f93e1f3ac6c4229b60c74e7a93f8df10a816d652deb47733e0de0c7d63c0fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36f93e1f3ac6c4229b60c74e7a93f8df10a816d652deb47733e0de0c7d63c0fd, en de alinea staat in dat document op bytes 17531 tot 18248.