Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2000
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4795.
18. De eerste klacht is ondeugdelijk. Uit de bewijsmiddelen 14 tot en met 17 kan niet alleen worden opgemaakt dat tussen de verdachte en [medeverdachte] diverse telefoongesprekken zijn gevoerd over de diefstal van die auto, maar ook dat aanvankelijk verdachte op pad is gegaan om de auto te stelen (bew. midd. 15) en dat vervolgens [medeverdachte] de diefstal zou plegen. Kortom een schoolvoorbeeld van de situatie dat het min of meer toevallig is wie van de daders uiteindelijk de delictshandeling pleegt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edb5ead3091d8286f34a17bce13631348d376dddfef592f21748c4852de3fdda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edb5ead3091d8286f34a17bce13631348d376dddfef592f21748c4852de3fdda, en de alinea staat in dat document op bytes 15099 tot 15619.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edb5ead3091d8286f34a17bce13631348d376dddfef592f21748c4852de3fdda | shasum -a 256