Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2000

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4872.

1.8. Op het principaal hoger beroep heeft het hof - anders dan de rechtbank B geoordeeld dat de voorhanden bewijsmiddelen niet voldoende waren om De Boer geslaagd te achten in de opgedragen bewijslevering. Weliswaar hebben de gehoorde personeelsleden van De Boer verklaard dat zij het Shoppingspel niet aan [getuige 2] of aan [getuige 3] hebben getoond, maar dit sluit volgens het hof de mogelijkheid niet uit dat het Shoppingspel door andere personen te hunner kennis is gebracht (rov. 11). De getuigenverklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] achtte het hof op zichzelf niet toereikend, omdat zij belanghebbenden zijn. Het hof heeft evenwel niet uitgesloten geacht dat het bewijs zou kunnen worden aangevuld. Het hof dacht daarbij met name aan bewijsmateriaal dat het voorleggen van het ontwerp van het Sjopspel aan Albert Heijn en andere supermarktondernemingen bevestigt en inzicht verschaft in de vorm, waarin het Sjopspel zich toen telkens bevond (rov. 12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af54ea4ca15fb4b8b04c31d32033f57e58317ceb6a07bee1ce55f590ccf2c52d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af54ea4ca15fb4b8b04c31d32033f57e58317ceb6a07bee1ce55f590ccf2c52d, en de alinea staat in dat document op bytes 9714 tot 10693.