Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2000

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4872.

2.4. Zoals ook in de toelichting op het middel wordt opgemerkt, ligt aan het arrest over de Barbiepop kennelijk de ervaringsregel ten grondslag dat het in theorie weliswaar mogelijk, maar in de praktijk hoogst onwaarschijnlijk is dat twee auteurs onafhankelijk van elkaar twee werken scheppen die opvallende gelijkenis vertonen en tóch, ieder voor zich, een aan de onderscheiden auteurs ontleend eigen en oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen4. Twee gezichtspunten spelen hierbij een rol: enerzijds de mate van overeenstemming, anderzijds de praktische mogelijkheden voor ontlening. Wat het eerste betreft, moge duidelijk zijn dat, naar mate het oudere beschermde werk blijk geeft van méér originaliteit of van een méér uitgesproken persoonlijk stempel van de maker, het steeds onwaarschijnlijker wordt dat een ander een daarmee overeenstemmend werk bedenkt zonder bewuste of onbewuste ontlening aan het beschermde werk. Wat de praktische mogelijkheden voor ontlening betreft, zijn er in de huidige tijd door TV, Internet en andere media zóveel mogelijkheden om kennis te nemen van het auteursrechtelijk beschermde werk van anderen dat de stelling dat een overeenstemmend werk zelf bedacht is, vaak niet toereikend zal zijn en bijzondere omstandigheden moeten worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af54ea4ca15fb4b8b04c31d32033f57e58317ceb6a07bee1ce55f590ccf2c52d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af54ea4ca15fb4b8b04c31d32033f57e58317ceb6a07bee1ce55f590ccf2c52d, en de alinea staat in dat document op bytes 14904 tot 16238.