Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2000

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4872.

2.10. Het hof verwijst in rov. 9 naar het bewijs, dat het ontleent aan de getuigenverklaringen van [getuige 2] en [getuige 3], in samenhang met de reeds eerder6 gesignaleerde verschillen tussen het Sjopspel en het Shoppingspel. In subonderdeel 3.3 wordt aangevoerd dat dit bewijsoordeel in het eindarrest niet te rijmen is met hetgeen het hof in het tussenarrest had overwogen. In het tussenarrest zijn de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] juist niet voldoende geacht als bewijsmiddel, zonder aanvullend bewijs. Daarmee verdraagt zich inderdaad niet dat in het eindarrest aan deze verklaringen wel bewijskracht wordt toegekend zonder dat aanvullend bewijs geleverd is. De vergelijking van beide spellen heeft het hof in het tussenarrest (rov. 8) tot het oordeel gebracht dat, ondanks de verschillen in de uitvoering en de spelregels, zoveel punten van overeenstemming zijn aan te wijzen dat bijzonder onwaarschijnlijk is dat die overeenstemming op louter toeval berust en dat het Sjopspel zonder bewuste of onbewuste ontlening aan het Shoppingspel zou zijn ontworpen. Tegen de achtergrond van dat oordeel kan de bewijsbeslissing in het eindarrest niet worden gedragen door een verwijzing naar de toevalligheid van de punten van overeenstemming, mede gelet op de gesignaleerde verschillen. De klacht van onderdeel 3 komt mij gegrond voor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af54ea4ca15fb4b8b04c31d32033f57e58317ceb6a07bee1ce55f590ccf2c52d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af54ea4ca15fb4b8b04c31d32033f57e58317ceb6a07bee1ce55f590ccf2c52d, en de alinea staat in dat document op bytes 21064 tot 22424.