Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2000
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4940.
3.3 Het middel is gegrond. [Ex-werknemer] had zijn vordering mede gestoeld op de onredelijkheid van het ontslag, ook wanneer hetgeen hij primair had aangevoerd onjuist zou blijken te zijn. Zoals hiervoor onder 2.2, 2.7, 2.12 en 2.16 aangegeven heeft hij deze stelling uitvoerig onderbouwd. Het oordeel dat de primaire grondslag ondeugdelijk is, is daarom niet redengevend voor het oordeel dat de vordering in haar geheel moet worden afgewezen. Dat oordeel had de Rechtbank moeten motiveren. Daartoe had zij grief II moeten bespreken. Ten onrechte heeft zij dat nagelaten, vermoedelijk omdat zij de grief abusievelijk over het hoofd heeft gezien. Ik leid dat hieruit af dat de Rechtbank er in het geheel geen melding van maakt in het kader van de beoordeling van het geschil.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82e04347bdc5e51d1d4a95d1d748870fd72fa338818d33f7ada532dd4860e741. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82e04347bdc5e51d1d4a95d1d748870fd72fa338818d33f7ada532dd4860e741, en de alinea staat in dat document op bytes 19126 tot 19913.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82e04347bdc5e51d1d4a95d1d748870fd72fa338818d33f7ada532dd4860e741 | shasum -a 256