Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2000

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4947.

3.7 Het begrip opdracht in art. 1065 lid 1 onder c Rv heeft een materiële zijde (wát arbiters moeten berechten) en een formele zijde (hóe zij het geschil moeten berechten). Deze formele zijde van de opdracht wordt gevormd door de door partijen aan arbiters gestelde procedure-regels en/of het door hen toepasselijk verklaarde arbitragereglement. Binnen die grenzen hebben arbiters echter de vrijheid de arbitrale rechtsgang zelf te bepalen en daaromtrent werkafspraken te maken. De vraag of, en zo ja in hoeverre, bepaalde procedureregels tot de opdracht behoren, is een kwestie van uitleg van de akte van compromis, de daarin opgenomen procedurevoorschriften en daarover gemaakte nadere partijafspraken19. De rechter dient zich hieromtrent zelfstandig een oordeel te vormen, in welk verband in de literatuur wordt gepleit voor een terughoudende opstelling. Slechts wezenlijke schendingen van de opdracht behoren tot vernietiging te leiden20.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4c9032d57cccf481d461f412ac8d4515f55336e14674561e5e46601caf3fc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4c9032d57cccf481d461f412ac8d4515f55336e14674561e5e46601caf3fc7, en de alinea staat in dat document op bytes 30913 tot 31871.