Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2000

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5119.

8. Vanzelfsprekend is er een spanningsveld tussen efficiëncy en maximale aandacht voor de belangen van de verdachte. Uit het voorgaande volgt evenwel niet dat de officier van justitie zijn zeggenschap over de beslissing die de wet hem opdraagt, en zijn mogelijkheden om zijn werk op een ‘magistratelijke’ wijze te blijven doen, volledig heeft zien verdampen. Men kan het zo zien: bij de vervolgingsbeslissing ter zake van een in een richtlijn beschreven delict is het de taak van de officier van justitie geworden om in te grijpen in de ambtelijke routine als daar aanleiding toe is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd76a8833059ef17885dc6a943a68e610f4e130422e821ecdeee0f1592754f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd76a8833059ef17885dc6a943a68e610f4e130422e821ecdeee0f1592754f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 10228 tot 10830.