Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2000

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5119.

Dat spreekt temeer, daar in de toelichting ook is vermeld dat een wettelijke grondslag voor mandatering binnen een parket wenselijk werd geacht omdat de niet-rechterlijke ambtenaren die op een parket werken niet ondergeschikt zijn aan de leden van het openbaar ministerie, met uitzondering van het hoofd van het parket (vgl. Kamerstukken II, 1996-1997, 25 392, nr 3, blz. 40). Welnu, als dit de reden was om art. 126 RO op te nemen, is daarmee ook gegeven dat die bepaling geen betrekking behoeft te hebben op mandatering van bepaalde bevoegdheden aan politiefunctionarissen, want die zijn (zolang zij zich bezig houden met de strafvorderlijke rechtshandhaving) juist wèl ondergeschikt aan de officier van justitie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd76a8833059ef17885dc6a943a68e610f4e130422e821ecdeee0f1592754f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd76a8833059ef17885dc6a943a68e610f4e130422e821ecdeee0f1592754f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 21523 tot 22252.