Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5201.

“Ik ben van mening dat ik door middel van het aanbieden van de posters gedachten en gevoelens heb geopenbaard. Deze gedachten en gevoelens richten zich op een tweetal aspecten. Ten eerste waren de posters voor mij een uiting van een door mij toentertijd zeer gewaardeerde kunstvorm. Omdat ik de posters mooi vond wilde ik ze aan anderen laten zien en eventueel verkopen. Dit is een zuiver persoonlijk gevoel dat door het aanbieden van de posters werd geopenbaard. Ten tweede was er nog een achterliggende gedachte, te weten ‘Red de werkstudent’, welke gedachte ik openbaarde door aan potentiële klanten te kennen te geven dat ik de posters te koop aanbood om, als werkstudent, geld voor mijn levensonderhoud bijeen te brengen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17d3ffe8341d2b8dd4dc754443db7cfb479c709711e1d4ccc51f861d222e7190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17d3ffe8341d2b8dd4dc754443db7cfb479c709711e1d4ccc51f861d222e7190, en de alinea staat in dat document op bytes 7909 tot 8659.