Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5201.

De klacht berust echter op een verkeerde lezing van de bedoelde passage. Blijkens de context houdt die immers niet in dat geen andere gedachten en gevoelens voor bescherming in aanmerking komen dan die van de verdachte zelf, maar moet zij aldus worden opgevat dat, naar ‘s Hofs vaststelling, de door de verdachte genoemde gedachten of gevoelens niet in de posters werden geopenbaard, doch slechts zijn aan te merken als de achterliggende bedoelingen die de verdachte bij het te koop aanbieden van die posters koesterde. Bij die opvatting mist het middel feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17d3ffe8341d2b8dd4dc754443db7cfb479c709711e1d4ccc51f861d222e7190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17d3ffe8341d2b8dd4dc754443db7cfb479c709711e1d4ccc51f861d222e7190, en de alinea staat in dat document op bytes 12341 tot 12932.