Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5201.
VI. De opvatting waarvan het middel uitgaat, dat gedachten welke niet in het drukwerk zijn geopenbaard doch welke men bij het venten van het drukwerk koestert, gedachten of gevoelens opleveren als bedoeld in art. 7 Grondwet, vindt geen steun in het recht. Van door de drukpers openbaren is dan immers geen sprake. In het bijzonder vindt die opvatting geen steun in het in de toelichting op het middel genoemde arrest HR 10 juni 1952, NJ 1952, 688 m.nt. WP, waarbij wegens strijd met art. 7 Grondwet onverbindend werd verklaard het verbod, behoudens vergunning, om, bij gelegenheid van het op straat venten of verspreiden van gedrukte of geschreven stukken of vliegende blaadjes, deze hoorbaar aan te bevelen. Dat arrest betreft immers de verspreiding - waarbij hoorbaar wordt aanbevolen - van gedrukte stukken als waarop art. 7 Grondwet betrekking heeft. Het hoorbaar aanbevelen wordt in dat arrest beoordeeld als verspreidingsmiddel, niet als uiting van gedachten of gevoelens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17d3ffe8341d2b8dd4dc754443db7cfb479c709711e1d4ccc51f861d222e7190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17d3ffe8341d2b8dd4dc754443db7cfb479c709711e1d4ccc51f861d222e7190, en de alinea staat in dat document op bytes 14002 tot 14994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17d3ffe8341d2b8dd4dc754443db7cfb479c709711e1d4ccc51f861d222e7190 | shasum -a 256