Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5201.

Anders dan naar de kennelijke opvatting van de steller van het middel houdt deze passage niet het oordeel in dat art. 7 Grondwet alleen betrekking heeft op gedachten en gevoelens van degene die de desbetreffende stukken zelf verspreidt. Het Hof heeft hiermee slechts tot uitdrukking gebracht dat, indien aannemelijk was geworden dat bepaalde gedachten of gevoelens van de verdachte zelf in de posters waren geopenbaard, het tot een ander oordeel zou zijn gekomen. Men vergelijke HR 23 juni 1992, DD 93.010, welk arrest ik aldus versta: wenskaarten waarmee wordt gevent openbaren in het algemeen6 geen gedachten of gevoelens, maar een wenskaart verzonden aan een zieke tante wellicht wel.7

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17d3ffe8341d2b8dd4dc754443db7cfb479c709711e1d4ccc51f861d222e7190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17d3ffe8341d2b8dd4dc754443db7cfb479c709711e1d4ccc51f861d222e7190, en de alinea staat in dat document op bytes 17762 tot 18464.