Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5215.

In verband met het onderhavige uitleveringsverzoek is door en namens verzoeker - heel kort samengevat - naar voren gebracht dat het verzoek iedere grondslag mist; dat ter beschikking van de Spaanse justitie staande verklaringen waarvan de strekking is dat verzoeker inderdaad bewust bij de aanslag betrokken is geweest door marteling zijn verkregen en niet met de werkelijkheid overeenkomen; dat verzoeker betrokkenheid bij de aanslag ontkent en slechts zijn auto aan een ander heeft uitgeleend; dat de vervolging van verzoeker ermee te maken heeft dat hij zich in het verleden heeft ingezet voor de Baskische onafhankelijkheidsbeweging, en, als meer juridische verweren, dat de door de Spaanse autoriteiten voorgestelde feiten naar Spaans recht, met een beroep op de jurisprudentie, nimmer daderschap ter zake van de opzettelijke levensberoving kan opleveren doch hooguit collaboratie met een gewapende groepering (hetgeen mede van belang zou zijn in verband met de vervolgingsverjaring); dat het feit waarvan verzoeker wordt beschuldigd door de Nederlandse rechter zou moeten worden aangemerkt als een politiek delict, en dat de uitlevering bovendien ontoelaatbaar verklaard zou moeten worden omdat verzoeker in Spanje gevaar loopt te worden gemarteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88, en de alinea staat in dat document op bytes 6132 tot 7400.