Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5215.
10. Anders dan in de toelichting op het middel wordt gesteld kan naar mijn oordeel niet worden gezegd dat het in de overgelegde stukken mede genoemde art. 14 van het Spaanse Wetboek van Strafrecht aanstonds duidelijk maakt dat de gedragingen die verzoeker worden verweten nimmer aangemerkt zouden kunnen worden als een vorm van mededaderschap. Nu de rechtbank zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat zij niet kan treden in een nader onderzoek naar de reikwijdte van Spaanse wettelijke bepalingen omtrent strafbaarheid en daderschap in het licht van Spaanse jurisprudentie, en evenmin een nader onderzoek mogelijk was naar de door de verdediging gestelde mogelijkheid dat de feiten naar Spaans recht ook als het (met minder zware straffen bedreigde) 'collaboratie' strafbaar zijn, is haar oordeel dat verzoeker er niet in is geslaagd aanstonds de ongegrondheid van de beschuldiging aan te tonen, als bedoeld in art. 26 lid 3 Uw, genoegzaam met redenen omkleed, en geeft het geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88, en de alinea staat in dat document op bytes 14938 tot 15977.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88 | shasum -a 256