Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5215.
Beantwoording van de vraag of er ernstige redenen zijn om te vermoeden dat de opgeëiste persoon, als hij zou worden uitgeleverd, gevaar zou lopen (opnieuw) te worden gefolterd, welk vermoeden door de verdediging mede wordt gebaseerd op de gestelde marteling van twee medeverdachten van de opgeëiste persoon, komt blijkens het bepaalde in de artikelen 8 en 10 van de Uitleveringswet niet toe aan de rechter die heeft te oordelen over de toelaatbaarheid van de gevraagde uitlevering, maar aan de Minister van Justitie. Beantwoordt laatstgenoemde de vraag positief dan zal de verzochte uitlevering afstuiten op het bepaalde in art. 3, tweede lid, VN-antifolteringverdrag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88, en de alinea staat in dat document op bytes 18955 tot 19638.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88 | shasum -a 256