Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5215.

13. In de toelichting op het middel wordt deze verwerping van de aangevoerde grond voor ontoelaatbaarheid van de uitlevering onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd genoemd onder verwijzing naar de samenhangende uitspraken HR NJ 1997, 533 (vernietiging van een uitspraak inzake uitlevering aan Turkije) en HR NJ 1997, 534 (beslissing in die zaak na de behandeling door de Hoge Raad). Naar het inzicht van de stellers van het middel moet uit die uitspraken (en de annotatie bij laatstgenoemde uitspraak) worden afgeleid dat de rechtbank het niet aan de minister van Justitie mocht overlaten om te beoordelen of de verwachting dat verzoeker na uitlevering aan foltering zal worden onderworpen in die mate aanwezig is dat zij aan uitlevering in de weg moet staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88, en de alinea staat in dat document op bytes 20850 tot 21632.