Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5215.

16. Na vernietiging van de uitspraak van de rechtbank in die zaak heeft de Hoge Raad na feitelijke behandeling in NJ 1997, 534 vervolgens overwogen dat uiteindelijk niet aannemelijk was geworden dat de opgeëiste persoon in de strafvervolging wegens de feiten die aan het uitleveringsverzoek ten grondslag lagen was gefolterd "in welk geval Nederland door (…) uit te leveren zou meewerken aan de voortzetting van een strafvervolging in verband waarmee is gefolterd", en naar aanleiding van het betoog dat de opgeëiste persoon ernstige reden had te vermoeden dat hij na uitlevering gevaar liep opnieuw te worden gefolterd, zelfs voor zijn leven zou moeten vrezen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88, en de alinea staat in dat document op bytes 26430 tot 27108.