Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5215.
20. In HR NJ 1997, 533 en NJ 1997, 534 is benadrukt dat in dit verband grote verantwoordelijkheid blijft berusten bij de minister van Justitie. Dat is ook in de parlementaire behandeling van de Uitleveringswet naar voren gebracht, en het ligt ook voor de hand. De regering is immers verantwoordelijk voor de naleving van verdragsverplichtingen jegens andere mogendheden. Daarbij voegt zich dat de minister van Justitie in zijn contact met de verzoekende staat mogelijkheden kan benutten om dreigende, maar nog niet vaststaande, schendingen van fundamentele rechten af te wenden. Alleen indien moet worden aangenomen dat flagrante schending van zulke fundamentele rechten heeft plaatsgevonden moet de rechter zijn specifieke verantwoordelijkheid zwaarder laten wegen dan die van de minister, en de uitlevering ontoelaatbaar verklaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88, en de alinea staat in dat document op bytes 32138 tot 32984.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88 | shasum -a 256