Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5215.

29. Voor zover het middel berust op de gedachte dat het verweer van een politiek delict de rechtbank had behoren te brengen tot een nader onderzoek (een onderzoek "in volle omvang naar de vraag hoe de feiten zich hebben toegedragen en in welk kader"), wordt miskend dat het bij het inroepen van een ontoelaatbaarheidsgrond als de in art. 11 lid 1 Uw bedoelde aan de opgeëiste persoon is om aannemelijk te maken dat zich de daartoe vereiste omstandigheden voordoen, en dat voor een door de rechter in te stellen onderzoek van de omvang die de stellers van het middel kennelijk voor ogen hebben - dat tal van vaststellingen en waarderingen zou vergen omtrent de toedracht van de feiten, verhoudingen en de feitelijke situatie in een ander land, mede in het licht van aldaar geldende rechtsregels - in een uitleveringsprocedure geen plaats is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c63dcfba5643048294835faedf5e3aea5944ea40a4ee38550ffaa6b332c60f88, en de alinea staat in dat document op bytes 42037 tot 42891.