Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5255.

Nu de deur van die woning was opengelaten en de bewoner kennelijk geen prijs meer stelde op zijn privacy, kan niet worden gezegd, dat het binnentreden (waartoe de politiemannen op grond van artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering bevoegd waren) tegen de wil van de rechthebbende is geschied. Het verweer kan voorts ook daarom niet slagen, omdat op het moment dat de politiemannen die woning binnentraden, zij mochten menen, dat de neergestoken man - thans verdachte- daar niet woonde. De - eventueel toen - geschonden norm beoogde dus niet hem te beschermen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9511dfd7017325f936fcd9ef779102777386834e6fac1127d50b1312b4c1d80a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9511dfd7017325f936fcd9ef779102777386834e6fac1127d50b1312b4c1d80a, en de alinea staat in dat document op bytes 6733 tot 7311.