Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5255.
8 HR NJ 1999,152. Ik citeer uit de conclusie van A-G Van Dorst: “Want in wezen gaat het hier om het in onze rechtszalen vaker, zij het in verhulde vorm, vertelde verhaal dat een kaboutertje het telastegelegde feit moet hebben begaan. Dat in casu de naam van deze sprookjesfiguur is genoemd () doet niet af aan de mate van onwaarschijnlijkheid van het aangevoerde.” Vgl. nog HR NJ 1991,97; HR 22 september 1987, NJB 1987,330; HR 2 november 1999, nr. 109.344.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9511dfd7017325f936fcd9ef779102777386834e6fac1127d50b1312b4c1d80a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9511dfd7017325f936fcd9ef779102777386834e6fac1127d50b1312b4c1d80a, en de alinea staat in dat document op bytes 12694 tot 13168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9511dfd7017325f936fcd9ef779102777386834e6fac1127d50b1312b4c1d80a | shasum -a 256