Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Alinea 100 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5259.
3.2.1 Een van de vragen die ik mij gesteld heb - partijen hebben het kennelijk onbelangrijk gevonden - is de volgende. Na aanvankelijke erkenning, latere ontkenning en weer later erkenning door UAP zal moeten worden aangenomen dat zij de polis die de inzet is van deze procedure heeft ondertekend. Men zou verwachten dat een verzekeraar een copie bewaart van een polis die hij ondertekent, zeker wanneer het gaat om een verzekering die aanspraak geeft op aanzienlijke premies.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f, en de alinea staat in dat document op bytes 33868 tot 34358.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f | shasum -a 256