Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Alinea 109 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5259.
3.6 CW Lease kan tegenover de verzekeraar het bestaan van de overeenkomst slechts door geschrift bewijzen (art. 258 K). Nu tijdens de procedure is komen vast te staan dat de basispolis is ondertekend door UAP, levert de polis als onderhandse akte dwingend bewijs op van hetgeen de verzekeraar erin heeft verklaard. De rechter is verplicht de inhoud van het bewijsmiddel als waar aan te nemen (artt. 178 lid 1 en 184 lid 2 Rv.). Tegen dwingend bewijs staat evenwel tegenbewijs open (art. 178 lid 2 Rv.). Art. 258 K beperkt de verzekeraar niet in zijn mogelijkheden bewijs te leveren tegenover de verzekeringnemer tegen het bestaan en de inhoud van de polis. UAP kan het (niet-)bestaan bewijzen door alle middelen (art. 179 Rv).6
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f, en de alinea staat in dat document op bytes 36823 tot 37564.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f | shasum -a 256