Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Alinea 118 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5259.
3.12 Zou daarentegen niet komen vast te staan dat CW Lease van meet af aan aan (de tussenpersoon van) UAP heeft betaald, dan is het betoog van UAP m.i. voldoende plausibel. CW Lease kan dan redelijkerwijs niet hebben gemeend dat zij bij UAP was verzekerd. Daarvoor bestaan vele redenen. Ik noem er slechts twee. Een professionele verzekerde weet dat hij op tijd moet betalen en kent de verstrekkende gevolgen van nalatigheid. Bovendien: CW Lease zegt dat zij heeft betaald. Kan de betaling aan UAP (of haar tussenpersoon) niet worden bewezen, dan vloeit daaruit voort dat er, in de ogen van CW Lease, geen verzekering met UAP bestond. Of er dan wél een verzekering met een of meer andere verzekeraars bestond, is in deze procedure zonder belang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f, en de alinea staat in dat document op bytes 40429 tot 41188.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f | shasum -a 256