Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Alinea 127 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5259.
3.19 Ik acht deze klachten gegrond. Het Hof heeft zich klaarblijkelijk niet geroepen gevoeld te responderen op alle stellingen die zijn ontwikkeld in het nogal ingewikkelde betoog van UAP. Daartoe was het niet gehouden indien en voorzover het relaas onbegrijpelijk of irrelevant of (wellicht) van ondergeschikte betekenis was. Hoewel hetgeen door UAP te berde is gebracht veel gepuzzel van de rechter vergt (mede door de vele verwijzingen naar een overmaat aan producties), zal deze zich daaraan niet mogen onttrekken. Neemt men de moeite het betoog van UAP te doorgronden dan blijkt dat daarin een aantal stellingen ligt besloten dat zeker de conclusie zou kunnen rechtvaardigen dat de polis niet op 9 januari 1992 is ondertekend, maar eerst op een latere datum. Dat geldt heel in het bijzonder voor de uiteenzettingen die er, naar de kern genomen, op neerkomen dat:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f, en de alinea staat in dat document op bytes 45431 tot 46311.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f | shasum -a 256