Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5259.
3.31 In de s.t. betoogt Mr Wuisman nog dat nog maar weinig klachten in appèl kans van slagen hebben wanneer, zo begrijp ik zijn stelling, deze kunnen worden gepareerd met de stelling dat zij niet door geïntimeerde worden onderschreven (sub 13). De geëerde steller van het middel verliest daarbij m.i. uit het oog dat het hier gaat om een bijzondere situatie. Te weten - volgens het Hof - dat de ene contractspartij beweert dat de wederpartij iets heeft bedoeld, wat deze laatste betwist. Die betwisting behoeft niet het laatste woord te zijn. Maar zonder belang is zij evenmin. Wanneer men aan die betwisting voorbij wil gaan dan moet worden uitgelegd waarom daaraan geen betekenis toekomt. Die uitleg geeft het onderdeel noch de s.t.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f, en de alinea staat in dat document op bytes 51989 tot 52740.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f | shasum -a 256