Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5259.

3.37 Volledigheidshalve merk ik nog op dat men bij onbevangen lezing van de vragen een ogenblik zou kunnen menen dat zij niet ter zake dienend (kunnen) zijn. Voorzover het Hof dat zou hebben bedoeld met zijn bestreden oordeel, is dat oordeel eveneens onbegrijpelijk. Ten minste een aantal vragen sluit aan bij de twijfel die UAP voldoende duidelijk en begrijpelijk heeft verwoord. Bewijs daarvan is allerminst (op voorhand) nutteloos.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f, en de alinea staat in dat document op bytes 54775 tot 55223.