Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Alinea 158 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5259.
3.48 De constatering dat het Hof aan een en ander voorbij is gegaan is juist. Het komt mij voor dat het Hof ook niet gehouden was op de stellingen van UAP in te gaan. In de eerste plaats moet worden bedacht dat partijen het er kennelijk over eens zijn dat het ten deze niet gaat om ambtshalve door de rechter vast te stellen nietigheid; immers moet de verzekeraar er beroep op doen (zie hierboven onder 2.27 en 2.30). UAP heeft, naar het Hof kennelijk heeft gemeend, deze niet ingeroepen. Het college had er stellig beter aan gedaan dat met zoveel woorden te zeggen. Nu in deze zaak een zeer groot aantal stellingen is betrokken, kon het Hof zich m.i. beperken tot hetgeen daadwerkelijk van belang was. Tot het bespreken van het Belgische recht, zonder dat dit invloed heeft
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f, en de alinea staat in dat document op bytes 59381 tot 60168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f | shasum -a 256