Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Alinea 165 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5259.
3.54 M.i. vergt men te veel van de feitenrechter door steeds te verlangen dat hij zich ten gronde verdiept in buitenlands recht teneinde na te gaan of daarin wellicht een bepaling voorkomt die voorrang moet worden verleend. De taak van de vaak toch al overbelaste rechter wordt aldus praktisch onuitvoerbaar. Daarom zou ik willen aannemen dat er een concrete aanwijzing of aanleiding moet bestaan voor zo'n onderzoek. Het debat tussen partijen kan zo'n reden zijn.19 Het kan ook een grond vormen zo'n onderzoek achterwege te laten. Dat laatste geldt zeker wanneer een advies van een Belgische advocaat wordt overgelegd en mag worden aangenomen dat de andere partij van haar kant ook advies vraagt en dit zo nodig in geding brengt. Mede tegen de achtergrond van hetgeen onder 3.52 is opgemerkt heeft het Hof in de gegeven omstandigheden een eigen onderzoek achterwege mogen laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f, en de alinea staat in dat document op bytes 62488 tot 63380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f | shasum -a 256