Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000

Alinea 177 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5259.

6 HR 6 oktober 1989, NJ 1990, 323 JBMV. Zie voorts de conclusie van A-G De Vries Lentsch-Kostense (sub 18) voor HR 25 april 1995, NJ 1996, 652 WMK. Vergelijk in dit verband verder HR 30 mei 1980 NJ 1981, 380 waarin de verzekeraar werd toegelaten tot het bewijs dat de verzekeringsovereenkomst niet mede betrekking had op brandschade hoewel dit abusievelijk wel in de polis was vermeld. Zie voorts voor de situatie dat de tekst van een onderhandse akte wordt vervalst, welke situatie is onderworpen aan art. 177 Rv.: HR 15 januari 1993, NJ 1993, 179.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f, en de alinea staat in dat document op bytes 64852 tot 65416.